Geert van Kesteren over het jaar dat hij de Zilveren Camera won

In 1998 won Geert van Kesteren de Zilveren Camera. Dankzij de prijs kreeg zijn toenmalige missie – meer aandacht voor het omvangrijke aidsprobleem in Afrika – in één klap meer bekendheid.

Wat vertelt de foto waarmee je in 1998 won?
‘In de sub-Sahara Afrika waren 23 miljoen mensen besmet met aids en in mijn ogen besteedden de kranten daar te weinig aandacht aan. Nu is er een medicijn op de markt, het antiretroviral therapy (ART), waarmee mensen met aids langer kunnen leven, maar in 1998 was die kuur alleen beschikbaar voor rijke westerlingen, niet voor die gigantische groep geïnfecteerden in Afrika. Het was moeilijk om de omvang van het probleem in beeld te brengen. De foto waarmee ik won nam ik in Zambia. Aids heeft daar een hele middengeneratie weggevaagd, wat ertoe leidde dat het land een miljoen weeskinderen kende. Dit beeld in het mortuarium geeft dat enorme probleem weer.’

En toen stond jouw foto ineens in alle kranten…
‘Ja, geweldig was dat. Na het winnen van de Zilveren Camera werd ik uitgenodigd door de directeur van het Aids Fonds. Hij zei: ‘Je hebt zoveel publiciteit gegenereerd voor ons probleem, wat kunnen wij voor jou doen?’ Ik vertelde hem dat ik graag terug wilde naar Zambia en een expositie en een boek wilde maken. Toen ben ik drie keer terug geweest, dat hebben zij mogelijk gemaakt.’

Wanneer was je er voor het laatst?
‘In 2007, om een ‘10 jaar later’-reportage te maken, die is geëxposeerd in de Kunsthal. Het grootste verschil met tien jaar eerder was dat aids uit de taboesfeer was gehaald. In 1998 werd er in de dorpen niet over de ziekte gesproken. Het hebben van meerdere maîtresses is gebruikelijk in Zambia, maar over seks en aids werd niet gesproken. De ziekte werd belachelijk gemaakt. Mensen gingen bijvoorbeeld naar een maïsveld om eenzaam te sterven, de familie wilde er niets van weten. Zes aspirines waren toen het enige medicijn. Tien jaar later was het antiretroviral therapy op de markt en ook beschikbaar voor Zambia. Veel hulporganisaties hielden zich inmiddels bezig met aids. De distributie van het medicijn en voorlichting waren in 2007 duidelijk op gang.’

Wat was er niet veranderd?
‘De nijpende armoede en corruptie. Er is veel hulp voor aids, maar minder voor armoedebestrijding. Veel kinderen worden opgevoed door hun grootouders omdat hun eigen ouders er niet meer zijn. Bijna alle mensen die ik in 1998 kende, waren tien jaar later overleden. Behalve Clement, de eerste Zambiaan die in 1997 op tv kwam en publiekelijk vertelde dat hij hiv-positief was. Hij werd een outcast, genegeerd door zijn familie en omgeving. Maar hij is een vechter: op de fiets ging hij langs dorpen om mensen voor te lichten over aids en hiv. Hij speelt een van de hoofdrollen in het fotoboek dat ik over de situatie maakte.’

ZC-1998

‘Ik vond het fijn dat die foto won omdat het winnen van de Zilveren Camera dat onderwerp veel aandacht gaf. De foto stond in alle kranten en ik werd veel geïnterviewd, het gesprek ging over aids in Afrika en dat voelde heel bevredigend. Ik wil laten zien wat er in de wereld gebeurt. En dat kon nu. Journalistieke fotografie geeft een inkijk in een wereld die je misschien niet kent en opent je ogen. Of zoals aids activist Clement het me ooit vertelde: ‘Een foto onthult de waarheid. En de waarheid in mijn land (Zambia) is zo hard, dat hij niet ontkent kan worden.’’